Hoe sterk zijn de contacten tussen ouders en kinderen op later leeftijd? Hoe zorgen we voor elkaar? De meeste studies tonen dat er in Vlaanderen heel wat familiesolidariteit bestaat. Die solidariteit kan verschillende vormen aannemen. 

Onderzoek wijst steeds uit hoe belangrijk die intergenerationele familiesolidariteit is. Zowel op maatschappelijk vlak, want mantelzorgers nemen een belangrijk deel van de zorg op, maar ook voor de familieleden zelf. Intergenerationele solidariteit heeft immers een belangrijke invloed op het zelfwaardegevoel en het psychisch, emotioneel en materieel welbevinden van zowel de (oudere) ouders als hun kinderen. 

Maar naast alle positieve aspecten worden familierelaties ook gekenmerkt door conflicten. Conflicten zijn immers een onvermijdelijk deel van het leven, dus ook van familierelaties. Als conflicten constructief opgelost kunnen worden, kunnen ze echter de relatie ten goede komen. 

Solidariteit en conflict kunnen perfect naast elkaar bestaan binnen intergenerationele familierelaties. Die dualiteit wordt bestempeld als het inherent ambigue karakter van intergenerationele familierelaties. 

De psychiater Nagy voegde een hele dimensie toe aan de intergenerationele familiale relaties die hij de dimensie van de relationele ethiek noemde. Hij kijkt naar de onverbrekelijke loyaliteitsbanden tussen ouders en kinderen, de rechtvaardige balans tussen geven en nemen en de legaten die we meekrijgen van onze eigen ouders. Zijn theorie maakt heel wat duidelijk over de dynamiek tussen de generaties van een familie.













Cijfers uit onderzoek...

Uit de data van een vrij recent Europees onderzoek (SHARE) kunnen we gegevens halen over het type van intergenerationele familiesolidariteit in België (artikel van Dykstra en Fokkema in aging and society, 2010) 

42% van de Belgische families vertoont een neerwaartse intergenerationele solidariteit: ze wonen dicht bij elkaar, er is frequent contact, ze voelen een zeker familiale verplichting om voor elkaar te zorgen en de zorg vertrekt vooral vanuit de ouders naar de kinderen toe. 

25% van de Belgische families vertoont een opwaarste intergenerationele solidariteit: ze wonen dicht bij elkaar, er is frequent contact, ze voelen een zeker familiale verplichting om voor elkaar te zorgen en de zorg vertrekt vooral vanuit de kinderen naar de ouders toe. 

5% van de Belgische families zijn ‘solidair vanop afstand’. Ze leven verder van elkaar af, hebben frequent contact, ze voelen zich niet om te zorgen en de zorg bestaat vooral uit financiële transfers van ouders naar de volwassen kinderen. 

29% van de Belgische familie worden getypeerd als ‘autonome families’. Ze wonen verder van elkaar af, hebben weinig contact, ze voelen zich niet verplicht om te zorgen en doen dat ook niet.