Elke periode heeft een eigen “tijdgeest”, een kenmerkende manier van denken en handelen van het merendeel van de mensen die dan leven. Vaak wordt een tijd met één kenmerk getypeerd. Zo worden de jaren twintig ‘losbandig’ genoemd en de jaren zestig als ‘progressief’ gezien. Maar uiteraard is een tijdgeest steeds complex en kan door mensen uit verschillende situaties anders worden beleefd. Mensen en gebeurtenissen geven vorm aan deze tijdgeest en de tijdgeest heeft een invloed op de waarden, normen en manier van leven. Elke periode heeft zo zijn eigen idee over bijvoorbeeld opvoeden, man-vrouw verhoudingen en prioriteiten in het leven. Ook historische gebeurtenissen zijn belangrijk. De Tweede Wereldoorlog, het studentenprotest in de jaren ’60 of de economische recessie van de jaren ’70 hebben een stempel gedrukt op mensen. Ook socio-culturele fenomenen hebben hun impact: de muziek van de jaren ’60 maakte een onuitwisbare indruk op de jongeren van toen, de computer en sociale media beïnvloeden de jongeren van nu.

Volgens generatiesociologen zijn het vooral de gebeurtenissen tijdens dekindertijden dejeugdtijd, die belangrijk zijn en die maatschappelijke generaties vormen. De ideeën en de manier van leven die dan heersen, geven ons een maatschappelijk referentiekader en hebben een blijvende invloed op onze manier van denken en leven. We delen dit referentiekader met mensen die in dezelfde periode geboren zijn (geboortecohorte). Met die mensen vormen we samen een maatschappelijke generatie. Zo’n maatschappelijke generatie heeft een eigen collectief informatieveld dat kader, betekenis, richting en een plaats geeft ten opzicht van andere generaties.


Sociologen als Karl Mannheim en antropologen als Margaret Mead hebben een belangrijke basis gelegd voor generatietheorieën en het denken in geboortecohortes. Vanuit deze ideeën ontstaan heel wat verschillende generatietyperingen. Henk Becker ontwierp bijvoorbeeld in de jaren ’50 een generatie-indeling voor de Nederlandse bevolking, die hij later nog verder verfijnde. In zijn theorie staan “trendbreuken”, gezamenlijke ervaringen zoals een economische depressie, oorlog of culturele revolutie, aan de basis voor het vormen van een generatie. 

Henk Becker typeert voor de Nederlandse samenleving uit de 20ste eeuw zes verschillende generaties. Anglo-saksische sociologen, schrijvers en specialisten in personeelsbeleid hebben andere indelingen gemaakt en namen geformuleerd.Lees meer...

Er komt ook heel wat kritiek op de generatietheorieën. Ze zouden de categoriserend zijn en houden te weinig rekening met een dynamisch levensloopperspectief. Mensen doen niet alleen tijdens hun jeugdjaren ervaringen op maar leren hun hele leven bij en blijven hun ideeën bijstellen. Op latere leeftijd kunnen mensen immers gedrag vertonen dat ze in hun jongere jaren hartsgrondig zouden veroordeeld hebben. Denk bijvoorbeeld maar aan 70-plussers die nu ongehuwd samenwonen of een LAT-relatie onderhouden. Maar toch zijn er ook heel wat redenen om wel rekening te houden met de cohorte-effecten. Uit heel wat onderzoek blijkt dat volwassenen de maatschappelijke gebeurtenissen die ze tijdens hun jeugdjaren meemaakten het belangrijkste vinden en dat er een duidelijke samenhang is tussen de jeugdperiode en de waarden die men op later leeftijd heeft.

 Generatie-indelingen  

Vooroorlogse Generatie 

 Stille Generatie 

 Protestgeneratie 

 Generatie X  

Pragmatische Generatie 

 Millenniumgeneratie 











Al ooit gehoord van deze benamingen?

Generatie ‘Nix’

Net Generatie

Droomgeneratie

Generatie I

Generatie Me

Applausgeneratie

Generatie Einstein

Patatgeneratie

Boomerang Generatie

Peter Pan Generatie

Trophy-generatie

Brikjesgeneratie

Screenagers

Meerkeuze-generatie

Achterbankgeneratie

Gouden Boomers