In het DSweekblad, nr.1, 27 augustus 2011 stond er een interessant artikel over de 'Applausgeneratie'.  De auteur toetst het ophefmakende artikel van de Amerikaanse psychologe Lori Gottlieb in 'The Atlantic' aan de ervaringen en visies van psychotherapeuten, kinder- en jeugdpsychologen en professoren. Zij stelt immers: “net omdat we onze kinderen verhinderen om ongelukkig te zijn verhinderen we ze om later gelukkig te worden. Als ouder doen we er alles aan om ons kind te behoeden voor ieder gevoel van frustratie, angst of ontgoocheling. Met als enig resultaat dat die hele zwik hen in het gezicht ontploft zodra ze volwassen zijn”.


Geboren tussen 186 en 2000 (nu 12 - 26 jaar)


Er zijn voor geen enkele generatie, kind van Generatie X, zoveel namen als voor deze jonge generatie. In een Nederlandse publicatie worden ze generatie Einstein genoemd, verwijzend naar hun manier van informatie verwerken: eerder creatief en multidisciplinair zoals Einstein, dan rationeel, logisch en lineair zoals Newton. Vaak hoor je ook de benamingen grenzeloze generatie, screenagers, millenium-generatie en Generatie Y.

Als kind stonden ze thuis in het middelpunt van de belangstelling. Hun invloed in het gezin is groot, zowel op het vlak van tijdsbesteding als inkopen. Beslissingen worden gezamenlijk genomen. Ouders geven aandacht en positieve signalen aan hun kinderen en zijn erg gericht (en afhankelijk) van het welzijn van hun kind. Leden van deze generatie zeggen over hun opvoeding: “Je kon niet op je bek gaan, als iets niet lukte dan ging je toch gewoon iets anders doen, alles mocht, alles kon. Ouders bleven helpen, geïnteresseerd en het beste met je voor hebbend.” Maar veel leden van deze generatie maken ook een andere kant mee van het gezinsverhaal: de stukgelopen relaties en de opnieuw samengestelde gezinnen. Een groot gedeelte onder hen zijn ook “twee-huizen-kinderen”. Als jongere hebben ze het niet altijd gemakkelijk, “als het applaus wegvalt”.

De wereld die ze in haar jeugd ervaart is een speeltuin die helemaal op het kind gericht is. De peergroep wordt enorm belangrijk, er wordt via sms en sociale media veel met elkaar gecommuniceerd. De Millenniumgeneratie toont zich als extraverte netwerkers met een optimistisch toekomstbeeld die in het leven op zoek is naar kwaliteit. 

Net zoals de vele namen lopen ook de appreciaties over de generatie sterk uiteen, wellicht ook omdat zij zich in haar volheid en collectiviteit nog moet tonen. Nu de oudsten van deze generatie op de arbeidsmarkt terecht komen, blijken ze op een andere manier te kijken naar werk, naar engagement, naar presteren. Ze blijken zich niet te storen maar ook niet te conformeren met bestaande structuren en hiërarchieën. Naar eigen zeggen zijn ze een heel ambitieuze generatie, maar met ambitie bedoelen ze iets anders dan alle vorige generaties.“De ambitie van deze generatie is intern gericht. De belangrijkste ambitie van jongeren is niet gericht op geld of carrière, of het verbeteren van de wereld, maar op het zijn en worden wie je zelf bent. Er is geen hoger goed dan het zijn van jezelf. Het geluk ligt besloten in jezelf: als jij gelukkig bent met wie je bent, dan maak je iedereen in je omgeving gelukkig”(uit: Boschma en Groen "Generatie Einstein")