In de jeugdtijd van deze generatie gebeurde er in Vlaanderen heel wat onderzoek naar hun leefwereld.

Een portret over de Pragmatische Generatie valt te lezen in de Studie van M. Elchardus (1999) e.a. "Zonder maskers". Zij bevroegen in 1997 meer dan 400 jongeren uit het laatste jaar secundair onderwijs (dus geboren rond 1979)



In dat zelfde jaar is er de publicatie "veer10 acht10" van Allegaert en Van Bouchaute naar aanleiding van het Vlaams Welzijnscongres in 1999. 



Geboren tussen 1971 en 1985 (nu 27 - 41 jaar)


De Pragmatische Generatie wordt opgevoed door de Protestgeneratie. Ze wilden hun kinderen een plaats geven als een autonoom individu en boden hen alle kansen op het vlak van opleiding en hobby’s. De Pragmatische Generatie kreeg nog meer dan Generatie X alle ruimte om als kind en jongere een eigen leefwereld uit te bouwen. Ze brengen veel tijd door met leeftijdsgenoten, zowel meisjes als jongens. De samenleving hecht ook steeds meer belang aan de invloed van deze ‘peers’ en de positieve invloed die jongeren op elkaar kunnen hebben.

Maar deze generatie kreeg niet alleen kansen, er werden ook heel wat verwachtingen gesteld, zowel door haar ouders als door school en latere werkgevers. Er wordt van hen verwacht dat ze beschikken over sociale vaardigheden, zelfredzaamheid, zelfcontrole, zelfsturing, zelfvertrouwen en het vermogen tot zelfreflectie. De maatschappij waarin ze dat moeten doen is complexer en minder overzichtelijk dan die van hun ouders.

De Pragmatische Generatie is geboren na 1970, en dus zijn economische crisissen een constant gegeven. Misschien beschouwt deze generatie daardoor elke wijzigende situatie als normaal en/of uitdagend. Wat vroeger een noodsituatie was, wordt nu gezien als een ommekeer, de kans om de eigen creativiteit te tonen. Holle slogans en vals idealisme zijn aan deze generatie niet besteed. Maar ze zijn wel een continue motor van verandering.

Mensen van deze generatie blijken voortduren op zoek te zijn naar zichzelf. “Wat wil ik nu écht”, “Wie ben ik nu écht”. Ze worden soms vergeleken met een “Me-company”, vooral begaan met hun persoonlijk welbevinden en met een sterke drang naar zelfontplooing. Onderzoek bevestigt dat deze generatie inderdaad minder belang hechten aan verbondenheid en collectiviteiten.

Deze generatie is opgegroeid in een wereld die steeds verandert en nieuwe perspectieven biedt. Ze zijn de eerste generatie die als jongere kon omgaan met computers. Op hun dertigste zijn ze vaak de motor van verandering in organisaties en bedrijven, maar kennen ze zeker ook de moeilijkheden van binding en keuzes maken.