Eén van de eerste Vlaamse jeugdstudies werd gepubliceerd in 1968 door prof. H. Cammaer. Hij bevroeg 1101 meisjes en jongens van 14 en 16 jaar (geboren in 1949 en 1950). Hij kenmerkte ze als een"zachte generatie". "Zacht betekent niet slap, week, ongevormd half-sterk, onpersoonlijk enz.. maar veel meer veerkrachtig, soepel, niet ruw, teder, het gemoed niet heftig aangrijpend, aangenaam aandoend, niet hevig, zonder overdrijving, goedig van inborst, niet hartstochtelijk, niet overijld. Een geheel van toch positieve kenmerken, maar waarin iedereen ook een kwetsbaarheid aanvoelt, een gevaar voor onherstelbare schade. Deze generatie heeft vertrouwen, staat open voor overname, is buigzaam en plooibaar ondanks een eigen persoonlijkheid, een kritisch realisme en een voorzichtigheid die ze echter ook van de volwassengeneratie overnemen."

Hun iets oudere generatiegenoten lieten zich in datzelfde jaar nog van een meer uitgesproken kant zien in de studentenprotesten. De jaren tussen 1968 en midden jaren '70 worden door historici getypeerd als "De Stoute Jaren".



Geboren tussen 1941 en 1955 (nu 57 - 71 jaar)

De generatie geboren tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog wordt heel vaak de 'babyboomgeneratie' genoemd. Ze werden immers geboren in een ware demografische spurt. De babyboomgeneratie is een grote generatie, ze zijn met velen geboren en hebben goede vooruitzichten voor een lang leven. 

Deze generatie groeide als kind op in een sobere tijd van wederopbouw na een verscheurende oorlog. Maar al snel surfte ze als jongere mee op de economische groei van eind jaren '50 en begin jaren '60. Er was volledige werkgelegenheid, de salarissen stegen, er kwamen wetten rond vakantie en vakantiegeld.  De vorige generaties bouwden een maatschappij op die veiligheid, stabiliteit en welvaart kon garanderen. De jongeren, zo leek het althans, leken mee te gaan in de tred van de tijd. Cammaer, één van de eerste Vlaamse jeugdonderzoekers, omschreef de 14- en 16-jarige jongeren als een "zachte generatie met vertrouwen, die openstaat voor overname".

En dan plots, op een moment dat sociologen en pedagogen 'het einde van de ideologie' hadden afgekondigd, kwam er een wereldwijde studentenprotestbeweging tot leven die iedereen verraste. De jongeren bleken niet zomaar in de voetsporen van hun ouders (de Vooroorlogse Generatie) of de 30-ers en 40-ers (De Stille Generatie) te willen treden. De jongeren maakten duidelijk dat ze wilden breken met het bestaande 'systeem'. Ze wilden komaf maken met de materialistische waarden van de oorlogsgeneraties en werken aan een samenleving waarin post-materialistische waarden zoals gemeenschapsvorming, medezeggenschap, creatieve persoonlijke ontplooiing voorrang kregen. Wat begon in een kleine, gepriviligeerde kring van studenten, beïnvloedde de hele generatie in haar waardenpatroon. En meer: de hele samenleving omarmde de geest van de jaren '60. Vandaar dat Beckers' naam voor deze generatie "Protestgeneratie" wordt. 

De Protestgeneratie heeft een spetterende intrede gekend in de samenleving en blijft nog steeds symbool voor de veranderende kracht die jonge generaties kunnen hebben. De Protestgeneratie blijkt in elk geval overtuigd van de maakbaarheid van de wereld en de rol die zij daar zelf in te spelen heeft. Maar niet iedereen is tevreden met de erfenis van de Protestgeneratie. Ze worden de uitvinders van de 'politieke correctheid' genoemd en er wordt hen vaak arrogantie verweten.

Als vijftigers worden heel wat leden van de protestgeneratie geconfronteerd met een samenleving waarin ze steeds minder meetellen. Door herstructureringen worden ze op brugpensioen gestuurd. Ze worden voor promoties voorbijgestoken door jongere generaties. Toch blijft de Protestgeneratie een heel aanwezige kracht in de samenleving en zeker ook in de civiele maatschappij en verenigingsleven. En dat past bij hen. Ze willen er alles aan doen om ook het 'ouder worden' een nieuw élan te geven en geven het begrip 'actief ouder worden' een heel concrete invulling door een massale deelname aan vrijetijds- en sportactiviteiten.